Gebruikersfunctie

Om gebruik te maken van het bouwbesluit, wordt het gebouw geschematiseerd. Dit wordt gedaan door middel van de functies van het gebouw. De ruimtes binnen het gebouw kunnen verschillende functies hebben en aan deze functies zitten weer eisen vast.

De verschillende functies

Woonfunctie, Celfunctie, Industriefunctie, Logiesfunctie,  Sportfunctie, Bijeenkomstfunctie, Gezondheidszorgfunctie, Kantoorfunctie, Onderwijsfunctie, Winkelfunctie, Overige functies en een Bouwwerk wat geen gebouw is.

Woonfunctie
Ruimte/gebouw om in te wonen. Bijvoorbeeld een woning, woongebouw of een woonwagen.

gebruikersfunctie woongebouw

Celfunctie

Een ruimte waaruit mensen dwangmatig verblijven. Bijvoorbeeld een gevangenis of ruimte voor dwangmatige zorg.

Industriefunctie

Ruimtes waarin bedrijfsmatig materialen en goederen worden bewerkt of opgeslagen, of voor agrarische doeleinden. Bijvoorbeeld een loods, werkplaats of een fabriek.

Logiesfunctie

Ruimtes waarin recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen wordt aangeboden. Bijvoorbeeld een hotel, pension of een asielcentrum.

Sportfunctie

Ruimtes waarin sport wordt geoefend. Bijvoorbeeld een gymzaal.

Bijeenkomstfunctie

Ruimtes waarin mensen kunnen samenkomen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport. Bijvoorbeeld een galerie, kerk of een café.

Gezondheidszorgfunctie

Ruimtes waarin medisch onderzoek, verpleging, verzorging of een behandeling worden gedaan. Bijvoorbeeld een ziekenhuis.

Kantoorfunctie

Ruimtes voor administratie. Bijvoorbeeld een kantoorgebouw.

Onderwijsfunctie

Ruimtes voor het geven van onderwijs. Bijvoorbeeld een klaslokaal of een collegezaal.

Winkelfunctie

Ruimtes waarin materialen, goederen of diensten worden verhandeld. Bijvoorbeeld een bakker, supermarkt of kledingwinkel.

gebruikersfunctie winkelfunctie

Overige functies

Deze ruimtes/gebouwen hebben geen van de bovenstaande functies bij deze ruimtes hebben activiteiten waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt. Bijvoorbeeld een parkeergarage, bushokje of een sanitair gebouw op een camping.

Bouwwerk wat geen gebouw is.

Een bouwwerk of gedeelte daarvan, zolang dat geen gebouw of onderdeel daarvan is. Bijvoorbeeld een steiger of een kunstwerk.